De Schipperskerk te Schipperskerk


Thuis waren we met drie jongens en drie meisjes. Ik was de jongste van de drie jongens. Het was 1957 toen ik voor het eerst als misdienaar de mis mocht dienen in de Schipperskerk. Ik voelde me geweldig.

Mijn oudste broer Huub was er koster en organist. Toen hij naar de kostschool in Roermond ging, werd mijn broer Math, die qua leeftijd boven mij kwam, koster. Na enkele jaren stopte hij ermee omdat hij op jonge leeftijd wilde gaan werken en werk en kerk niet meer
te combineren viel. De rector kwam bij ons thuis even praten en in een mum van tijd was het geregeld dat ik in de voetsporen van Math zou treden om koster te worden. Ik voelde mij heel vereerd. En zo kwam het dat ik op 11 jarige leeftijd de jongste koster van Nederland was.

Trouw ging ik zeven dagen in de week naar de kerk. Door de week stond ik om 6.30 uur op, pakte mijn fietsje en ging, in de winter in het donker, op weg naar de kerk enkele kilometers verderop. Om 7.00 uur en om 7.15 uur luidde ik de kerkklok. De misdienst begon elke werkdag om 7.30 uur. Het was juli 1962 toen ik dacht dat ik mij verslapen had en als een haas naar de kerk toog om de klok te luidden. Toen om 7.30 uur de mensen naar de kerk kwamen bleek dat ik me niet verslapen had maar een uur te vroeg was. De bewoners van de omliggende huizen waren zo gewend zich te richtten naar het luidden van de klok dat ze naar de kerk waren gekomen. Na
enige tijd kwam men erachter dat het niet 7.30 uur was maar 6.30 uur!!!

Om dit in de toekomst te voorkomen had ik toen een horloge gekregen van de rector. Dit voorval stond in het 'Limburgs Journaal' van Het Limburgs Dagblad in juli 1962. Dit artikel heb ik nog altijd bewaard, geplakt op een houten plankje waarop ik destijds heb geschreven: '5 april 1962 in dienst getreden van de kerk'.

Koster ben ik gebleven totdat ik als onderwijzer was afgestudeerd in 1973 en verhuisd ben naar Noord-Brabant. Toen ik verkering kreeg, ging ik op zaterdagavond eerst om 19.00 uur naar de kerk waarna ik pas naar mijn geliefde kon gaan. In de jaren dat ik koster was heb ik veel meegemaakt. Elke dag, in weer en wind 's morgens om 6.45 uur naar de kerk. Kwam ik daar aan in een donker gebouw waar ik als 12, 13 jarige alleen naar binnen moest gaan en het licht
aanmaken. Vooral wanneer het hard waaide kraakte het akelig door die donkere kerk. Tijd om bang te zijn had ik niet want de klokken moesten geluid worden, de gewaden voor de mis klaar gelegd, kaarsen aangemaakt, kelk en miswijn klaargezet enz. Dit alles 5 dagen in de week.

's Zaterdags was de mis 's avonds om 19.00 uur. Deze was altijd zeer druk bezocht omdat zij die wilden gaan stappen dan op zondag niet naar de kerk hoefden want de zaterdagmis telde mee voor de zondag. Op zondag waren er toen 's ochtends drie missen en 's middags een lof. Mocht ik op zondag 's morgens bij de rector blijven eten omdat er tussen de missen in geen tijd was om naar huis te gaan. Nog proef ik de heerlijke rosbief die ik van de juffrouw van de rector als broodbeleg kreeg.

Ook kreeg ik elke week 'salaris'. In het begin fl. 4,00 en vanaf 19 januari 1964 fl.5,00, zo staat het geschreven in een agenda waarin ik in 1964 een heel jaar lang een soort kasboek heb bijgehouden met alle inkomsten en uitgaven. Hierin lees ik ook dat ik op 5 augustus 1964 fl.10,00 kreeg voor een huwelijksmis, op 25 oktober fl.12,50 voor een begrafenis en op 10 december fl.0,05 van de juffrouw van de rector, waarschijnlijk voor het stofvegen van de kerkbanken.
Telkens wanneer ik langs de Schipperskerk kom schieten vele herinneringen door mijn hoofd. Enkele wil ik opnoemen:
• op enig moment was 'dikke Marie', een van de trouwe kerkgangsters op hoge leeftijd tussen de banken gevallen. Stond ik daar met de rector aan haar te hijsen om haar opgetild te krijgen. Enkele dagen later lag ze achter in de kerk in een zijkamertje opgebaard waarna ze achter de kerk op het kerkhof werd begraven.

• Toen er een gehandicapt schipperskind verdronken was in de haven, lag dit opgebaard in de rouwkapel bij het ziekenhuis in Sittard. De ouders waren met het schip doorgevaren en hadden laten weten dat ze van het kind alleen een blonde haarlok wilden. Omdat het kind niet werd opgehaald uit de rouwkapel, hebben de rector en ik haar in een kistje opgehaald met de groene auto Triumph Herald van de rector. Ik op de achterbank, met het kistje op mijn schoot. De haarlok was op het kistje geplakt in een doorzichtig papieren zakje. Samen hebben we
het kind achter de kerk op het kerkhof begraven. Vele jaren later heb ik vernomen dat de ouders het kind hebben laten opgraven en in Rotterdam opnieuw hebben begraven.

• De uitstapjes met de misdienaars naar Maastricht en Valkenburg waren een geweldige belevenis. Ik als jeugdige tiener onder de stadspoort in Valkenburg terwijl de misdienaars voor mij salueerden.

• Ik zat in Grevenbicht op de lagere school en zou daar ook mijn plechtige communie doen. Met de klas gingen we oefenen. Toen we genoeg geoefend hadden moesten we ook eens op zondagmorgen oefenen. Ik vertelde tegen de kapelaan in Grevenbicht dat ik op zondag niet kon komen omdat ik koster in de Schipperskerk was. Daar had hij geen boodschap aan. Toen ik dat tegen de rector van de Schipperskerk vertelde zei hij dat hij mij niet kon missen. Ik ging dus niet naar de oefening op die zondagochtend. Enkele dagen later gingen we vanuit school weer in de kerk gingen oefenen en werd ik uit de bank geroepen om naar voren te komen. Ik hoor die
kapelaan nog zeggen: 'Diris, waar was jij zondag?' Ik antwoordde: 'Meneer kapelaan, u wist toch dat ik in de  Schipperskerk moest zijn omdat ik koster ben?' Waarop hij zei: 'Ik kan je hier niet gebruiken, leg je boekje daar maar neer en maak nu maar dat je weg komt'. Nu nog, na ruim 50 jaar, voel ik de vernedering, het onrecht dat me werd aangedaan, hoe ik de lange weg door
de kerk moest afleggen tot buiten. Ik heb inderdaad niet de plechtige communie in Grevenbicht gedaan maar in de Schipperskerk, tezamen met de
kinderen van het Schippersinternaat.

• Toen een vriendin van mijn zus trouwde, stopte ik in het kerkboek wat ik op haar stoel had klaargelegd voor de huwelijksmis een blaadje met wat onzinnige tekst.

• Op zondagochtend kwamen paters uit het klooster in Urmond om ook enkel missen op te dragen. Deze paters hadden stevige bruine pijen aan met een capuchon. Ik waagde het op een gegeven ogenblik om bij een van die paters ( ik vergeet zijn naam nooit: Chrysostomus) een briefje met een punaise op zijn rug te speldden met de tekst erop 'te koop'. Voor ik goed en wel de punaise in de pij had gedrukt, draaide hij zich om en verkocht me een geweldige draai om mijn oren en zei verder niets.

• Zelf ben ik in de kerk getrouwd en is mijn oudste dochter er gedoopt.

• Enkele jaren geleden ben ik nog eens terug geweest in de kerk die nu is omgetoverd tot bloemist en bed & breakfast. Een geweldige ervaring.

Dit zijn enkele herinneringen die bij mij naar boven komen wanneer ik de Schipperskerk passeer of aan dat gebouw terug denk. Voor mij is het een dierbaar oord geworden dat voor een deel mijn kijk op het leven mede gevormd heeft. Op zeer jonge leeftijd een enorm grote verantwoordelijkheid opgelegd krijgen, een verantwoordelijkheid die nooit meer is weggegaan.

2e plaats Dierbaar Oord

Geschreven door: Ton Diris

tondiris_dierbaaroord_w300.jpg
Naar de andere winnende Dierbaaroord-verhalen:
  1. Het oorlogsmonument Op de Bos in Roggel
  2. De schipperskerk te Schipperskerk
  3. Speeltuin Klein Zwitserland te Tegelen
  4. De Piepert te Eys
  5. Quabeek te Bingelrade
Naar de homepagina van Dierbaaroord
Home

BV Limburg
BV Limburg is... | Founding Fathers | Bestuur & medewerkers | Campagne | Vacatures | Word lid!

Nieuwsbrief

Webshop

Producten
Alle producten | Anamorfose | Lichtspektakels | Literair Limburg | Zicht op Maastricht | L11 Alaaf | Mergel Urn | Canon van Limburg | LIMBVRG kleedt aan | Batteraaf | Limburgs DOEboek | Literair Limburg | Dutch Design Desk | Daar is mijn vaderland | De Cave Experience | De Gouden Peelhelm | De schat van Ambiorix | Klankatlas | Brabbelbox | Archief

Contact

Copyright, Disclaimer & Colofon